Leg twee spellen kaarten in de juiste volgorde. Maak acht aflegstapels van dezelfde kleur op volgorde van aas tot koning en leg ze boven het speelveld. Zodra alle stapels compleet zijn en er geen kaarten meer over zijn, heb je gewonnen. Je begint met 500 punten; voor elke zet gaat er 1 punt af en voor elke voltooide aflegstapel krijg je er 100 bij.
Speelveld
- 54 kaarten worden over tien kolommen verdeeld: zes kaarten in de eerste vier kolommen en vijf in de laatste zes. In elke kolom ligt één kaart open, de rest ligt gedekt.
- Je kunt open kaarten van dezelfde kleur tussen kolommen verplaatsen, maar je kunt geen losse kaart naar de aflegstapels verplaatsen (alleen complete reeksen).
- Je kunt een nieuwe kaart omdraaien als de vorige naar een andere plek is verplaatst.
- Een kaart of een reeks kaarten uit een kolom kan naar een andere kolom worden verplaatst op een kaart van dezelfde kleur, maar alleen als de bovenste verplaatste kaart lager is dan de laatste kaart in de kolom waar hij naartoe gaat.
Voorraadstapel
- De overige 50 kaarten liggen gedekt op een stapel naast de aflegstapels. Je kunt ze gebruiken als er op het speelveld geen zetten meer mogelijk zijn.
- Klik op de stapel om tien nieuwe kaarten op het speelveld te delen. Elke kolom krijgt er één kaart bij.
- Er worden telkens tien kaarten gedeeld, dus je kunt de voorraadstapel maar vijf keer gebruiken.
Aflegstapels
- Bovenaan het speelveld liggen acht aflegstapels. Je taak is om acht reeksen van dezelfde kleur te verzamelen en op de aflegstapels te leggen.
- Op elke aflegstapel moeten de kaarten in aflopende volgorde liggen.
- Je wint als alle kaarten van het speelveld op de aflegstapels liggen en er geen kaarten meer over zijn.