De eerste 54 kaarten worden over 10 stapels verdeeld: zes kaarten in de eerste vier stapels en vijf in de laatste zes (het speelveld). De laatste kaart van elke stapel ligt open, de rest ligt gedekt. Je kunt open kaarten tussen stapels verplaatsen om een aflopende reeks van koning tot aas te maken.
Voor het verplaatsen van open kaarten of reeksen tussen stapels gelden enkele voorwaarden. Ten eerste moet de bovenste verplaatste kaart dezelfde kleur hebben als de laatste kaart op de stapel waar hij naartoe gaat. Ten tweede moet de verplaatste kaart precies één lager zijn dan de laatste kaart op die stapel. Je kunt bijvoorbeeld schoppen 9 alleen leggen op een stapel waarvan de laatste kaart schoppen 10 is. Ten derde kan een reeks kaarten alleen naar een andere stapel worden verplaatst als alle kaarten in die reeks in de juiste aflopende volgorde liggen.
De overige 50 kaarten blijven gedekt op de voorraadstapel, los van het speelveld. Je kunt ze gebruiken als alle kaarten vastzitten en je niet weet hoe je verder moet. Klik op de voorraadstapel om deze kaarten aan het spel toe te voegen. Ze worden telkens per tien gedeeld, dus je hebt vijf kansen om alle kaarten te spelen.
Boven het speelveld liggen acht aflegstapels. Elke reeks kaarten in aflopende volgorde (van koning tot aas) moet naar een aflegstapel worden verplaatst. Je kunt alleen complete reeksen verplaatsen (niet elke kaart afzonderlijk). Het spel is afgelopen als alle aflegstapels gevuld zijn en er geen kaarten meer over zijn.
Aan het begin van het spel heb je 500 punten. Elke zet kost je één punt. Als je een complete reeks verzamelt, verdien je 100 punten. Heb je bijvoorbeeld 21 zetten nodig om één aflegstapel te verzamelen, dan heb je 579 punten: min 21 punten voor 21 zetten en plus 100 punten voor de complete reeks. Let op: als je geen zetten meer hebt om verder te gaan, is het spel voorbij.